Verhalen
De overwegingen van een monnik, opgetekend in een klein boekje.
De tijd nadert.
Het werk stapelt zich weer op.
Zou men overal de dagen nog in acht houden?
De Dag der Goden daagt!
Mijn weg leidt mij naar Woldestee, een klein dorpje dat bij de grens met Ald Wolde ligt.
De abt heeft mij opgedragen om daar de Tien Goden Dag te vieren en de leer te verkondigen van de Tien aan allen die daar wonen.
De Tien Goden dag is helaas niet meer wat het ooit was.
De mensen weten niet goed meer wat de oorsprong is, het feest dat wordt gehouden is voor velen belangrijker geworden dan de geestelijke verrijking.
Zou men alle Goden nog wel bij naam kennen?
Erkent men de paren?
Of is men teveel beïnvloed door de zogeheten spirits?
Laat men zich van de ware paden losweken en zal ik al mijn kennis moeten aanwenden om
iedereen weer terug te brengen op het juiste pad?
Seles, Limarym, Fivere, Gaude, Davaël, Etrin, Nirte, Eshanel, Letum,
Leymia, nederig vraag ik U om de kracht om mijn taak te volbrengen.
Laat mij Uw woord in ere houden en de inwoners van Woldestee op Uw
paden brengen.
afzender onbekend:
Vandaag zijn er vreemdelingen aangekomen. Een hele boel vreemdelingen.
Ze hadden nog nooit van Ostarea, Gerniva of Woldestee gehoord.
Het waren Elven, mensen, dwergen en een wildling. Allemaal apart of in groepen gekomen, maar toch kwamen zij van dezelfde plek.
Ze waren door portalen naar Woldestee gekomen, of ergens anders op een plek in Sterngild.
Ze hebben lang gereisd, en meteen was het vredige dorp niet zo stil meer als voorheen.
Ik denk dat de herberg nog nooit zo vol heeft gezeten. De nieuwelingen waren blij dat er wezens waren van de wereld waar ze terecht waren gekomen, want ze snapte er echt niets van.
Alles werd hun uitgelegd, de gebruiken, de slaven, het woud, de gebruiken van de Wildlings, de oorlog. En er werden vragen aan hun gesteld.
De dagen die volgden waren een megeling avn het oplossen van moorden, en het vinden van eigendommen, tot het ondekken dat de vredige wereld waar je beland bent, toch niet zo vredig is als gedacht.
En het maken van nieuwe vrienden, lachen om dezelfde grapjes, of samen gesprekken hebben over zelfde interesse, of merken dat de Goden en Spirits toch allemaal hetzelfde zijn, of net niet.
Er werden rituelen gedaan, dorpsraad gekozen, mensen geleerd dat het bos en de kruiden die erin groeien gerespecteerd moeten worden.
In de nacht werd er gedroomd, en plannen gemaakt, en de dag erop werden de plannen besproken en uitgevoerd. Er werd ook geleerd van elkaar, talen, gewoonten, en er werd ingezien dat soms wat je geleerd was niet het juiste was. Of dat er plots een vijand was, die niemand kende, en eigenlijk ook niemand weet of ze nou echt een vijand zijn, of dat ze wezens zijn die je nog moet leren kennen maar niet snapt omdat je hun gebruiken niet kent...
Gehoord van de voorman van de bouw (een dwerg) terwijl hij een avondje
aan het doorzakken was in de herberg:
"De eerste stenen liggen nog maar koud op de grond of er wordt al weer
geklaagd. Het is ook altijd hetzelfde. De dorpsraad heeft dan wel besloten
dat de tempel gebouwd mag worden, maar er zijn natuurlijk weer tegenstanders.
Het is echt niet te geloven.
Eerst was het commentaar dat de tempel maar aan 1 god zou worden
opgedragen, toen dat een tempel aan alle 10 de goden de waarde zou
verminderen van het geloof en nu komen de leden van het dorp die de
goden niet aanhangen maar die zich richten tot de spirits weer klagen.
Hoe kan ik nu leiding geven aan de bouwers als er zoveel geklaagd
wordt? En de bouwers zelf weten het ook nog niet goed, willen ze wel
meebouwen als er zoveel aan hun kop wordt gezeurd? Mij maakt het niet
uit, goden of spirits, zolang het steen maar van goede kwaliteit is.
Die goden en die spirits die zullen dan toch zelf wel weten waar ze
willen wonen, of niet soms?"
Uit het dagboek van een handelaar:
"Nog drie dagen reizen en dan komen we aan in Woldestee. Hopelijk gaat deze reis net zo voorspoedig als de vorige en kan ik snel mijn waren verhandelen en een leuke winst behalen. Ik denk dat ik nu wel een redelijke kwaliteit heb. Aan de tekens te zien zijn het allemaal tweede of derde generatie. Die weten tenminste hoe ze zich dienen te gedragen, niet zoals die beesten die ze af en toe proberen... te slijten. Hebben die lui dan echt geen begrip meer voor ons vak? Als zij slechte waar leveren dan heeft dat ook invloed op mijn handel. Ik heb bij alles nu de juiste papieren, dus het zou geen probleem moeten zijn om ze snel te verkopen. Ik vraag me af hoe druk het zal zijn in Woldestee. Dat is ook altijd maar een gok."
****
"Gisteren zijn we tegengehouden door een groep van die wildebeesten die zich hier in de wouden ophouden. Ik ben blij dat mijn handelswaar allemaal geheel menselijk is en dat ze zich daar gelukkig niet aan schijnen te storen. Ik heb verhalen gehoord van anderen die het ternauwernood met hun leven er van af brachten. Ik heb ze alle eigendomspapieren laten zien, maar ik betwijfel of ze er iets van begrepen, of ze zelfs wel konden lezen. Gelukkig is het nu niet ver meer naar Woldestee. Hopelijk is er iemand die namens de Graaf daar inkopen kan en mag doen, dan zal ik mijn waren heel snel verkocht hebben. Ze hebben vaak wel arbeidskrachten nodig voor de velden en de bossen. Er zitten twee hele sterke bij. Damion en Malco zullen een goede prijs vangen denk ik, die maken de reis alleen al de moeite waard. Wat is het leven van een handelaar toch heerlijk, de waar bedient me op mijn wenken tijdens de reis en verwacht alleen dat ik ze eten en drinken geef en ze veilig houd. Ik heb Damion en Malco een dolk gegeven en ze aangesteld als lijfwachten voor de reis. De anderen blijven nu heerlijk rustig. We trekken straks na de maaltijd weer verder, nog een paar uurtjes en ik kan mijn intrek nemen in de herberg en eindelijk weer eens in een echt bed slapen."